Joyce Bekkers
DOOR Lana Lux
Nur heute - Alleen vandaag
19-11-2018

Ik zit met Joyce en haar mentor Josephine in de keuken van het Vertalershuis in Amsterdam, waarin ik nu al twee weken verblijf en schrijf. Over twee dagen ben ik weer in Berlijn, maar vandaag ben ik nog hier, maak ik Rooibos-thee voor ons en hou ik ze van hun werk. We kletsen en maken grapjes en stappen van koetjes en kalfjes over op steeds serieuzere onderwerpen. Ik vertel over mijn Alleen vandaag. Alleen vandaag is een manier van denken die ik bijna tien jaar geleden heb ontwikkeld toen ik het erg moeilijk had en die me sindsdien door allerlei levensfasen heeft geleid.

Alleen vandaag is de tegenpool van Vanaf morgen (Vanaf morgen mag naar believen worden vervangen door Vanaf maandag, Vanaf volgende maand of Vanaf volgend jaar). We hebben allemaal wel eens geprobeerd van een slechte en destructieve gewoonte af te komen, of een nieuwe en goede gewoonte eigen te maken. Meestal zoeken we een moment in de toekomst waarop het betere, gezondere, productievere leven moet beginnen.

Voor mij heeft dat nooit gewerkt. Toen ik bijvoorbeeld van mijn caffeïneverslaving af wilde (om een van mijn meest triviale slechte eigenschappen te noemen), voelde ik door het plan om vanaf morgen of vanaf volgende week geen koffie meer te drinken zo veel druk, dat ik juist meer koffie ging drinken. Want voordat ik koffie voor eens en voor altijd zou afzweren, wilde ik er nog een keer ‘echt’ van genieten. Als het verwachte morgen er dan eenmaal was, had ik ’s middags al genoeg redenen om de stap toch niet vandaag te wagen, maar op zijn vroegst morgen en er dit keer écht helemaal mee te stoppen. Maar de dag erna was het precies hetzelfde liedje, en zo ging het maar door. Toen ik het zo moeilijk had, ging het om heel wat meer dan koffie en viel de verandering des te zwaarder.

Op een dag veranderde mijn denkwijze dan toch en ik besloot dat ik mijn verwachtingen niet aan morgen zou moeten verbinden, maar dat ik nu, vandaag een kleine stap wilde zetten. Ik zei dus niet meer tegen mezelf ‘vanaf morgen drink ik nooit meer koffie’, maar ‘alleen vandaag drink ik geen koffie’. Alleen vandaag moet ik een dagje volhouden en morgen vanaf morgen ga ik terug naar mijn ongezonde levenswijze. Het ging ongelooflijk goed. Iedere volgende dag kon ik doorgaan met mijn slechte gewoonte zonder dat ik het gevoel kreeg dat ik had gefaald. Of ik kon verdergaan met het spelletje en het opnieuw wagen met Alleen vandaag. Dat deed ik, ik zei tegen mezelf: dat kan je vandaag nog een keer en morgen drink je weer koffie. De dagen van onthouding stapelden zich op, de behoefte aan koffie nam af en het nieuwe gedrag werd een gewoonte.

Ik pas dit principe toe op bijna ieder onderdeel van mijn leven. Ik maak geen plannen voor de toekomst en heb geen voornemens meer, maar probeer alleen vandaag te doen wat ik denk dat goed voor me is.

En lukt dat altijd, vraagt Josephine. Nee, zeg ik, natuurlijk heb ik ook dagen dat niets lukt, dat ik niets voor elkaar krijg en ik absoluut niet de beste versie van mezelf ben en geen energie heb voor het alleen vandaag-spel. Maar dat hoort erbij en het gaat weer over.

Joyce luistert naar me met een bedenkelijke uitdrukking op haar gezicht en Josephine, die met een potlood in haar hand leeft en denkt, schrijft iets op en zegt dan, Nur heute – alleen vandaag, dat kan je niet mooi naar het Nederlands vertalen. Het aantal lettergrepen klopt niet, het klinkt gewoon niet.

Klopt, denk ik, het klinkt op de een of andere manier breder. Maar misschien is dat niet zo belangrijk, want het belangrijkste is of het werkt.

Alle vertalingen van Joyce Bekkers
19-11-18

Ik zit met Joyce en haar mentor Josephine in de keuken van het Vertalershuis in Amsterdam, waarin ik nu al twee weken verblijf en schrijf. Over twee dagen ben ik weer in Berlijn, maar vandaag ben ik nog hier, maak ik Rooibos-thee voor ons en hou ik ze van hun werk. We kletsen en maken grapjes en stappen van koetjes en kalfjes over op steeds serieuzere onderwerpen. Ik vertel over mijn Alleen vandaag. Alleen vandaag is een manier van denken die ik bijna tien jaar geleden heb ontwikkeld toen ik het erg moeilijk had en die me sindsdien door allerlei levensfasen heeft geleid.

Alleen vandaag is de tegenpool van Vanaf morgen (Vanaf morgen mag naar believen worden vervangen door Vanaf maandag, Vanaf volgende maand of Vanaf volgend jaar). We hebben allemaal wel eens geprobeerd van een slechte en destructieve gewoonte af te komen, of een nieuwe en goede gewoonte eigen te maken. Meestal zoeken we een moment in de toekomst waarop het betere, gezondere, productievere leven moet beginnen.

Voor mij heeft dat nooit gewerkt. Toen ik bijvoorbeeld van mijn caffeïneverslaving af wilde (om een van mijn meest triviale slechte eigenschappen te noemen), voelde ik door het plan om vanaf morgen of vanaf volgende week geen koffie meer te drinken zo veel druk, dat ik juist meer koffie ging drinken. Want voordat ik koffie voor eens en voor altijd zou afzweren, wilde ik er nog een keer ‘echt’ van genieten. Als het verwachte morgen er dan eenmaal was, had ik ’s middags al genoeg redenen om de stap toch niet vandaag te wagen, maar op zijn vroegst morgen en er dit keer écht helemaal mee te stoppen. Maar de dag erna was het precies hetzelfde liedje, en zo ging het maar door. Toen ik het zo moeilijk had, ging het om heel wat meer dan koffie en viel de verandering des te zwaarder.

Op een dag veranderde mijn denkwijze dan toch en ik besloot dat ik mijn verwachtingen niet aan morgen zou moeten verbinden, maar dat ik nu, vandaag een kleine stap wilde zetten. Ik zei dus niet meer tegen mezelf ‘vanaf morgen drink ik nooit meer koffie’, maar ‘alleen vandaag drink ik geen koffie’. Alleen vandaag moet ik een dagje volhouden en morgen vanaf morgen ga ik terug naar mijn ongezonde levenswijze. Het ging ongelooflijk goed. Iedere volgende dag kon ik doorgaan met mijn slechte gewoonte zonder dat ik het gevoel kreeg dat ik had gefaald. Of ik kon verdergaan met het spelletje en het opnieuw wagen met Alleen vandaag. Dat deed ik, ik zei tegen mezelf: dat kan je vandaag nog een keer en morgen drink je weer koffie. De dagen van onthouding stapelden zich op, de behoefte aan koffie nam af en het nieuwe gedrag werd een gewoonte.

Ik pas dit principe toe op bijna ieder onderdeel van mijn leven. Ik maak geen plannen voor de toekomst en heb geen voornemens meer, maar probeer alleen vandaag te doen wat ik denk dat goed voor me is.

En lukt dat altijd, vraagt Josephine. Nee, zeg ik, natuurlijk heb ik ook dagen dat niets lukt, dat ik niets voor elkaar krijg en ik absoluut niet de beste versie van mezelf ben en geen energie heb voor het alleen vandaag-spel. Maar dat hoort erbij en het gaat weer over.

Joyce luistert naar me met een bedenkelijke uitdrukking op haar gezicht en Josephine, die met een potlood in haar hand leeft en denkt, schrijft iets op en zegt dan, Nur heute – alleen vandaag, dat kan je niet mooi naar het Nederlands vertalen. Het aantal lettergrepen klopt niet, het klinkt gewoon niet.

Klopt, denk ik, het klinkt op de een of andere manier breder. Maar misschien is dat niet zo belangrijk, want het belangrijkste is of het werkt.

05-11-18

My very personal crossing border.

Je moet een braaf kind worden, zeiden ze tegen mij. Je moet onze grenzen kennen. Je moet weten waar die grens ligt. Hier. Dit is ‘m. Dit is de grens. Je weet nooit waar die grens ligt.

De tijd is begrensd, zeiden ze tegen mij. Je moet de grens van de ouderdom kennen. Je moet weten wanneer het te laat is. Nu. Dit is de grens. Je bent te oud, je bent al tien!

Je weet nooit waar de grens ligt.

Onze plek is begrensd, zeiden ze tegen mij. Die dingen heb je niet nodig. Voorbij de grens zijn de mogelijkheden grenzeloos. Wacht af, tot we de grens over zijn. Wacht af.

Je kunt niet alles willen, zeiden ze tegen mij. Je moet een grens stellen aan je wensen. Je moet het juiste willen. Wij weten wat juist is. Luister! Het juiste bevindt zich binnen de grenzen van het realistische. Blijf realistisch. Erken de grenzen van wat mogelijk is. Je weet nooit waar de grens ligt.

We zijn bijna bij de grens, zeiden ze tegen mij. Daar is-ie al. Zie je ‘m? Daar bij de lichtjes en de mannen in uniform. Je moet stil en netjes zijn aan de grens. Geen grapjes aan de grens. Anders kunnen we de grens niet over. Anders worden ze achterdochtig en vinden ze het geld dat we in je onderbroek hebben genaaid.

Dat was de grens, nu weet je waar de grens is. Dat was ‘m. Viel wel mee, toch? We hebben het geld nog. We zijn over de grens en staan voor een grens. De volgende grens. De volgende grens is easy.

Hier bij ons hebben we geen grenzen, iedereen kan alles, zeiden ze tegen mij. Behalve jij, want jij bent niet wij, en niet iedereen, en niet van hier. Want jij komt van over de grens en dat is de grens voor alles. Dat is de grens van wat er voor jou mogelijk is en dat is oké, voor jou, goed zelfs, beter dan over de grens. Je weet nog waar de grens ligt, toch?

U moet leren uw grenzen te definiëren, zeiden ze tegen mij. U moet aanvoelen waar uw grenzen liggen en ze definiëren en aangeven en verdedigen. Erop staan. Weet u waar uw grenzen liggen?

Je moet je grenzen verleggen, zei ik tegen mij. Je moet ze oprekken, alle kanten op, steeds verder, rekken, strekken, duwen, tot ze dun worden, tot ze scheuren. Tot er geen grenzen meer zijn, tot je alles bent, tot alles in jou is.

Ik ben grenzeloos, zei ik tegen hen, ik laat niemand mij grenzen opleggen. Ik heb mijn grenzen verlegd terwijl jullie sliepen en toen jullie waker waren en toen jullie jullie grenzen aan het verleggen waren en over jullie grenzen discussieerden en toen jullie ze beveiligden en toen jullie ze bewaakten, heb ik mijn grenzen aan alle kanten gerekt, tot ze dun waren, tot ze scheurden.

Jullie hebben niet opgelet en nu ben ik grenzeloos. Ik heb me over alles uitgestrekt, maar ook over jullie en jullie grenzen. Ik ben alles en alles is in mij en jullie zijn ik en ik ben jullie en wij zijn grenzeloos.

Je weet niet waar de grenzen liggen, zeggen ze, en ik lach.

03-11-18

Soms ben ik extrovert en soms ben ik introvert. Als ik geluk heb, komt mijn gemoedstoestand overeen met wat de wereld op dat moment van me vraagt. Momenteel heb ik dat geluk niet, want ik zit overduidelijk in een introverte fase, midden op een festival waarbij het draait om uitwisseling, het in je opnemen van nieuwe ideeën en energie en het delen van je eigen ideeën en energie.

Om drie uur ‘s middags begint The Addict. Op dit evenement kan een aantal voordrachten van auteurs worden bijgewoond, verder is het een forum van de internationale literatuurwereld. Het is dus drie uur ‘s middags, ik sta in de verkeerde stand en er is witte wijn. Ja, om drie uur! Ik neem een wijntje in de hoop dat ik er een beetje extroverter van word. Dan nog een en nog een en dan is het al zes uur, tijd voor het Chronicles-diner. Hoe was de voordracht? Wie heb ik allemaal gesproken? Ik weet niet alles meer. Ik ben moe, ongelooflijk moe. Ik heb rust nodig, voordat mijn hoofd implodeert.

Het is acht uur ‘s avonds. Ik ga terug naar mijn hotelkamer, laat mijn kleren en de daaraan hangende dag van me af vallen en stap onder de douche. Het geluid van het water overstemt de herrie in mijn hoofd, overstemt het gelach, de vele vragen, mijn gedachten. Ik droog me af, poets de uitgelopen mascara onder mijn ogen weg. De vermoeidheid bestuurt mijn lichaam en leidt me naar mijn bed. Een uurtje maar, zeg ik terwijl ik op het matras word geduwd. Een uurtje maar, misschien twee. Dan ga ik terug naar het festival. In ieder geval naar de afterparty. Hoe dan ook!

De vermoeidheid legt haar handen over mijn ogen. Ik voel hoe mijn bewustzijn zich losmaakt van mijn lichaam. Hoe goed ik deze gemoedstoestand ook ken, er blijft altijd een stukje verzet en angst aan verbonden. Mijn bewustzijn drijft steeds verder weg. Het is nog maar met een heel dun draadje met mijn lichaam verbonden. Dat draadje kan ik straks volgen om mijn lichaam terug te vinden en wakker te worden.

Als kind weigerde ik bijna altijd om te gaan slapen en zelfs nu nog protesteert het kind in mij. Destijds was ik echt bang om te gaan slapen, omdat slapen voor mij hetzelfde voelde als sterven. In slaap vallen is iets onbegrijpelijks, iets dat je niet kunt controleren. We laten ons lichaam achter in de wereld zonder dat we het kunnen beschermen als er gevaar dreigt. Slapen betekent loslaten en vertrouwen. Jaren later las ik in de Griekse mythologie over Nyx, de nachtgodin die uit de Chaos is ontstaan, en haar kinderen, de tweelingbroers Slaap en Dood. Op dat moment begreep ik dat er iets universeels achter mijn persoonlijke ervaring schuil moest gaan.

We brengen jaren van ons leven slapend door, grotendeels in een droomwereld. Ik beleef mijn dromen meestal heel bewust en het voelt alsof ik in twee werelden leef, de echte wereld en de droomwereld. Maar wat is echt? Er bestaat immers geen natuurkundig bewijs voor het bestaan van onze materiele wereld. Bestaat alles alleen in ons bewustzijn? Is alleen dat wat echt aanvoelt echt?

In de ‘droomwereld’ was mijn bewustzijn bij het feest. In de ‘echte wereld’ bleef mijn lichaam in bed liggen. Was ik nou op het feest of niet?

02-11-18

Den Haag, november, zon, regen, zon. Ik kijk om me heen, kom niet ver. Op een straatnaambord ontdek ik een kleine ooievaar, waarvan ik een foto maak en die toevoeg aan mijn Instagram Story. Ik ga verder, weer een straatnaambord, weer een ooievaar. Is dat street art? Bij ons in Berlijn staan er vaak kleine poppetjes van kurk bovenop straatnaamborden. Ze heten Street Yogi en zijn het werk van de yoga-instructeur Josef Foos. Maar de ooievaar is niet gemaakt van kurk en satéprikkers, maar van messing.

Ik check in bij het hotel. De man achter de receptie begroet me uitbundig en begint aan zijn spraakwaterval, een welkomstpraatje met de etenstijden en andere informatie. Allemaal in het Nederlands. Ik kan het niet verstaan, maar ik glimlach en knik en pak mijn sleutelkaart aan. Ik kan me voorstellen wat hij tegen me zegt, omdat de praatjes in mooie, dure hotels altijd zo ongeveer hetzelfde zijn. Ik zeg “Dank je wel” en neem de lift naar de vierde verdieping om de rest van de dag te slapen, ‘s nachts een beetje te lezen en dan de volgende dag weer tot in de middag te slapen.

Crossing Border, auteurs van over de hele wereld. Tegenwoordig is het van-over-de-hele-wereld-effect des te groter, omdat er auteurs worden uitgenodigd die meer dan één wereld meebrengen. We verzamelen in de lobby. Het moment van de eerste indruk. De meesten van ons komen duidelijk ergens anders vandaan dan waar ze vandaan komen. Afkomst noemen we dat. Of verleden. Of racisme, want wat maakt het uit? En toch vragen we het aan elkaar. Waar kom je vandaan? Wat betekent die vraag? Welk Waar? Er zijn zo veel Waars. Ik zeg Berlijn. Omdat dat klopt en omdat ik dat graag zeg. Het zegt iets positiefs over mij. Het laat zien dat ik urban ben en dat ik het van-over-de-hele-wereld-effect uitstraal. Later op de avond wordt er dieper ingegaan op het Waar. Het wordt gecombineerd met hoe-lang-al en waar-vandaan. Iedere nieuwe ontmoeting is een reis naar het verleden, of ik het nou wil of niet. En jij? Dat vraag ik uit pure wraak. Het interesseert me niet. Ik vind wat mensen eten veel interessanter. Dat zegt veel meer over iemand dan waar diegene vandaan komt. Het interesseert me ook waar mensen heen willen en waarom. Het waarom is altijd het meest interessante.

Waarom staat er een ooievaar op de straatnaamborden? Dat is een symbool. En waarom? Schouderophalen. Ik vraag het aan Google: Ooievaar, Den Haag? Google: Schouderophalen. Gewoon een wapendier. Symbool. Heel veel gemeentes hebben een ooievaar als wapen. Waarom, vraag ik aan Google. Google weet het niet, maar geeft dat niet toe en legt in plaats daarvan uit op welke manieren een ooievaar kan worden afgebeeld op een wapen. Bijvoorbeeld op één poot, met een kikker of een sleutel in zijn snavel. Waarom, Google, waarom? Nou, zegt Google, over het algemeen staat de ooievaar voor welvaart, gezondheid en discretie. Aha. Misschien heeft die laatste deugd er wel voor gezorgd dat ik geen verhaal kan vinden over die ooievaar. Google probeert me af te leiden, vindt het vervelend dat ze iets niet weet en zou dat ook nooit toegeven. Ooievaars zijn voorboden van de lente, wist je dat? Nee, zeg ik, maar alle trekvogels zijn toch voorboden van de lente, als ze terugkomen? Zouden zij ook gevraagd worden waar ze vandaan komen? De hele lente en de hele zomer lang, net zo lang totdat ze er genoeg van hebben en weer wegvliegen?

 

22-10-18

Het is een zachte zomernacht. Ik sta samen met K. voor de bar Laika in Neukölln, een glas witte wijn in mijn ene, een sigaret in mijn andere hand. Een paar dagen geleden was ik nog in Amsterdam. Vijf dagen, waarvan drie volgeboekt met persbijeenkomsten en twee om zelf van de stad te genieten, langs de grachten te slenteren, in tweedehandswinkeltjes rond te snuffelen en een flinke joint te roken.

‘Ik hou van die stad, de sfeer is heel inspirerend,’ zeg ik tegen K.

‘Ik ook,’ zegt ze. ‘We moeten er samen een keer heen gaan.’ Ze neemt een hijs van haar sigaret, blaast de rook uit en kijkt me vol verwachting aan.

‘Doen we,’ zeg ik, nog voordat haar rookwolk in de nacht is opgegaan.

Een paar dagen later zit ik met K. op het balkon om een datum af te spreken. We komen uit op midden oktober. Oktober, dat is pas in de herfst, denk ik. Dat lijkt nog zo ver weg. Nu is het zomer en de zomer doet me iedere keer weer geloven dat hij nooit voorbij zal gaan.

We zijn een paar weken verder als K. me belt om te vragen of we misschien toch niet ergens anders heen zullen gaan. We zijn allebei al vaker in Amsterdam geweest en moeten misschien eens iets nieuws gaan ontdekken.

‘Wat vind je van Kiev?’ vraag ik. Er zijn maar weinig mensen voor wie die stad geschikter zou zijn dan voor ons. K. en ik zijn allebei in Oekraïne geboren en zijn inmiddels bijna iedere verbinding met ons geboorteland kwijtgeraakt. Kwijtgeraakt is misschien niet de beste omschrijving. Eigenlijk hebben we al die verbindingen samen met onze oorspronkelijke cultuur en wat andere ‘kleinigheidjes’ opgegeven. Waarom is niet helemaal duidelijk. Een ding is zeker: sindsdien lopen we allebei rond met het woord “geïntegreerd” vol trots op ons voorhoofd geplakt.

‘Nee,’ zegt K., ‘liever niet. Kiev is misschien te heftig. Het kan zijn dat dat te dichtbij komt, het is zo onvoorspelbaar wat die stad met me zou kunnen doen. Warschau, misschien?’

‘Klinkt ook goed,’ zeg ik en ik bedenk me niet dat Warschau voor mij, met mijn Joodse achtergrond, misschien wel te heftig, te dichtbij en te onvoorspelbaar zou kunnen zijn.

Het is vijftien oktober als we elkaar rond het middaguur ontmoeten op perron 12. We hebben nog genoeg tijd om koffie te gaan drinken voordat onze trein vertrekt. We zitten in de eerste klas in een EuroCity en hebben hier zo veel beenruimte dat we niet bij de voetsteuntjes kunnen. Bovendien kunnen we hier eten en drinken laten brengen en daarom bestellen we in de schil gekookte aardappelen en salade. De aardappelen worden geserveerd met boter en heel veel dille. De geur van dille doet me denken aan mijn kindertijd en aan Oekraïne. Waarom serveren ze hier dille? Dat past toch helemaal niet bij Duitsland? Dan realiseer ik me dat we allang de Poolse grens over zijn en we in een Poolse trein zitten met Pools personeel. Wat mooi dat dille de grens tussen de twee landen aangaf, in plaats van een grenscontrole of een wachtpost.

We bereiken de stad als het net donker is. Is dit Warschau? Overal enorme reclameborden, LED-beeldschermen en wolkenkrabbers. Dat had ik me niet voorgesteld bij deze stad. De wieltjes van onze koffers ratelen op de stoep terwijl we naar onze accommodatie lopen.

Ik vind het fantastisch om ‘s nachts in een stad aan te komen. In het donker mogen de wieltjes van mijn koffer best ratelen en mogen mijn ogen wijd opengesperd zijn van nieuwsgierigheid. Ik hoef niet bang te zijn dat ik word gezien als een vervelende toerist en vuil word aangekeken.

Bij mensen is het hetzelfde als bij kippen. Als er een nieuwe kip in de ren moet worden geïntegreerd, moet de kip ‘s nachts bij de andere kippen worden gezet. Als ze ‘s ochtends wakker worden, denken ze dat de nieuwe kip er altijd al is geweest. Maar als je de kip overdag bij de anderen zet, pikken ze erop in.

Ik doe altijd mijn best om te doen alsof ik er altijd al was, maakt niet uit waar ik ben. Soms lukt dat zo goed dat mensen die er daadwerkelijk vandaan komen mij de weg vragen en ik dus door de mand val.