Ik dacht dat ik het onderwerp uiteindelijk nog wel zou kunnen omzeilen, en de lezers van deze regels niet zou hoeven vervelen met bespiegelingen over schrijven en schrijvers. Als we tijdens de lunch vandaag andere schrijvers en vertalers ontmoeten, komt het onderwerp daarentegen onvermijdelijk weer ter sprake. Als vanzelf duikt het ingewikkelde vraagstuk van literaire gemeenschappen op. En Helen vraagt ons jonge schrijvers of wij het belang daarvan inzien.
Chris geeft antwoord, en terwijl hij over de situatie in Engeland vertelt, realiseer ik me dat het in Italië anders ligt, dus misschien is het de moeite waard daar enkele woorden aan te wijden.
Ik werk in Italië mee aan de organisatie van een literair festival en word ook regelmatig uitgenodigd voor andere vergelijkbare evenementen, die erg in de mode schijnen te zijn. Toch heb ik na afloop, ook als het geweldig was en goed georganiseerd, het gevoel dat het geen zin heeft gehad. In plaats van met elkaar in discussie te gaan en ideeën uit te wisselen, nemen de aanwezige schrijvers elkaar taxerend op, gaan na hoeveel exemplaren ieder van hen heeft verkocht, hoeveel recensies er zijn verschenen, en in hoeveel talen ze zijn vertaald. Wat overblijft is een ontmoeting tussen schrijvers die elkaar met jaloezie en achterdocht bespioneren. Ze doen alsof ze deel uitmaken van een literaire gemeenschap, maar willen elkaar eigenlijk alleen maar overtreffen, en zelf een stuk van de markt binnenhalen. Daarom zou ik Helen ontkennend willen antwoorden: ik geloof niet in het nut van een literair netwerk. Het werk van schrijvers zou eenzaam en privé zou moeten zijn, afgeschermd van al die spanning van ontmoetingen, van ‘faire communauté’ zoals Nancy zou zeggen.
Als ik er beter over nadenk, kom ik daar toch op terug. Na een festival als Crossing Border herzie ik mijn mening, want hier ontmoet je auteurs van verschillende nationaliteiten, die oprecht geïnteresseerd zijn in elkaars ideeën en werkwijzen, en positief nieuwsgierig staan ten opzichte van elkaars werk.
Dus denk ik dat er wel behoefte is aan een literaire gemeenschap, maar dat die zo groot mogelijk moet zijn om succes te hebben, minstens van Europees formaat. Zo loop je niet het risico dat het een ‘familieaangelegenheid’ wordt, waar men elkaar in de gaten houdt, controleert wie er wel is en wie niet, en waar wordt geroddeld. Dan is er pas echt gelegenheid tot uitwisseling en (ook) tot lol hebben.
Nu is het dan zover: het is tijd voor een misschien wat naïeve gedachte die al sinds het begin van mijn dagen hier in Nederland door mijn hoofd spookt, en waaraan jullie misschien hoopten te ontsnappen. Ik houd het kort.
Als een jonge schrijver in Italië een festival bijwoont, wordt er op twee manieren naar hem gekeken: afkeurend en argwanend als zijn boek goed verkoopt, en onverschillig als het niet verkoopt. Na afloop gaat de jonge schrijver somber en ontmoedigd weer naar huis, mopperend op de wereld van de literatuur en de uitgevers, en heeft hij niets geleerd. Bij gegelegenheden zoals Crossing Border wordt de jonge schrijver echter meegesleept door onverwachte dingen. De vertalers nemen de nuances van zijn taalgebruik en stijl serieus, en hij kan met hen praten en indrukken delen, de andere schrijvers zijn over het algemeen nieuwsgierig en geïnteresseerd, en hij kan ongedwongen zijn ervaringen met hen delen zonder op zijn hoede te hoeven zijn, de organisatoren zijn tot in de puntjes voorbereid en razend enthousiast. In zo’n geval gaat de jonge schrijver naar huis met een heleboel nieuwe ideeën, verheugd over de leuke dagen die hij heeft gehad en de vele dingen die hij heeft gedaan, en iets minder autistisch en eenzaam dan voorheen. En waarschijnlijk, dat wil ik tenminste graag geloven, schrijft hij dan ook beter.
Liesbeth Dillo
OVER LITERAIRE GEMEENSCHAPPEN GESPROKEN
BY Federica Manzon
22-11-2008