Radna Fabias
Banaan
06-11-2018

Aan een ronde tafel in een Chinees restaurant. Op de tafel een roteerbaar glazen plateau vol eten. Aan mijn rechterhand een man die op zijn jas een button draagt waarop de woorden ‘art sex music’ gedrukt staan. Ik draai de mand met krabknoedels naar me toe. Ik denk aan mijn studietijd, aan een feestje in een atelier waar ik voor het eerst Discipline van Throbbing Gristle hoorde en hoe ik toen bedacht dat het perfect zou zijn als iemand dat lied en Stop it van Pylon zou samenvoegen. Die remix zou een potentieel lijflied kunnen worden, dacht ik toen. Nu bestel ik een pot groene thee. Dat lijflied zou me niet meer passen.

De drager van de button vraagt me naar Caribische schrijvers. Ik gok hardop dat hij ze waarschijnlijk niet in het Caribisch gebied zal vinden, maar verspreid over werelddelen. Vooral in Europese en Noord-Amerikaanse steden, vermoed ik. Volg de oud-kolonisator terug naar huis, denk ik, en je zult ze vinden. Ze zullen wellicht moe zijn, dacht ik, hun taal zal misschien gebroken zijn, je zult ze herkennen aan de verbazing (of de vervreemding) in hun ogen en het eiland onder hun arm. Je zult ze wellicht vreemd voorkomen. Ze zullen een foto van je button maken als je je even van tafel gaat. Dat zeg ik allemaal niet. Ik deel alleen mijn gok over hun locatie en daag hem uit de kippenklauwen te bestellen. Hij lacht even, maar bestelt ze niet. Ik uit mijn teleurstelling hierover op ironische wijze, maar mijn teleurstelling is slechts deels ironisch. Ik denk aan de banaan in een gedicht van Jack Underwood wiens voordracht ik straks zal missen omdat ik dan zelf elders voordraag. De titel van het gedicht waar ik aan denk is The Spooks.

‘I want to inject blood into the banana

then put it smartly in a bowl I want

someone to idly choose it peel it then taste

the strange rust a quarter way down

and spit it out see blood in the lemony mulch

(a sort of red spit with the tiny black seeds)’

Er wordt aan tafel gesproken over het hedendaagse flirten met het occulte door jonge mensen in het Westen. Ik heb daar beelden bij. Glimmende bergkristallen die in het maanlicht worden opgeladen. Van bovenaf gefotografeerde sexy gloeiende bundels salie in prijzige, aantrekkelijke schalen. Subliem belicht badwater vol rozenknoppen. Met aandacht op organische materialen (canvas, hout, marmer)  uitgestalde scheppen glimmende brokken roze Himalayazout. Gekalligrafeerde recepten voor het aantrekken van romantische liefde. Sandelhoutpoeder in gouden schaaltjes. Feeërieke, fotogeniek op bedden hangende, zwoel kijkende jonge vrouwen in dure gewaden. (Een bed is in dezen doorgaans een matras op de vloer met daarop luxueus beddengoed, een veelheid aan kussens en ergens aan de muur een droomvanger en/ of wat nostalgisch macramé. Doorgaans is er ook een veelheid aan planten waaronder minstens één Monstera Deliciosa.) Ik deel die beelden niet. Ik las ooit dat de Sandelhoutboom een parasiterende boom is die met zijn wortels in andere bomen groeit. Dat deel ik ook niet. Ik ben de jongste persoon in dit gezelschap en ik voel me oud. Ook dat verzwijg ik. Ik vraag me af of de andere aanwezigen zich ook oud voelen.

‘I want them to check their mouth for a source a cut

and by now the person they are with will be confused

(blood on the lip in the footwell

at the gum-edges) and say are you ok?

I want them to reply there’s blood then without

even meaning to without a logical tracing

of thought look back to the banana and see

blood in the banana, feel the raw shock

of something possibly unthought of’

Ik vraag me af of iemand aan deze tafel nu stilstaat bij de wijze waarop we onze stokjes gebruiken om te eten. Stelt iemand zich hier vragen over? Ik denk aan onthoofde hanen en bloed. Dat deel ik wel. Dat sluit immers mooi aan bij het occulte thema. Ik denk aan een familielid dat sigaren rookte en in de as zocht naar nummers om bij de loterij op in te zetten. Dat deel ik niet.  Een aanwezige schrijver vertelt hoe hij ontdekte dat een voormalige liefdespartner zich met hekserij bezighield.  Links van mij zit een vrouw die tarotkaarten als gereedschap  ziet voor het totstandbrengen van gesprekken. Ze leest nu een boek over tarotkaarten en Jung. Ze heeft het over archetypes, dus ze heeft mijn aandacht. Ze vertelt me dat ze sinds een paar weken een gehoorapparaat heeft waardoor ze voor het eerst met haar rechteroor geluid kan ontvangen. Als ik een paar weken geleden aan haar rechterkant had gezeten had ze me niet kunnen horen, had ze haar linkeroor steeds naar me toe moeten draaien en had ze me waarschijnlijk steeds moeten vragen te herhalen wat ik zei. Was het niet overweldigend om ineens zoveel mee te krijgen? Dat was het. Ze probeert nu met haar telefoon het ding zo in te stellen dat ze de gesprekken aan tafel meekrijgt zonder teveel van het geroezemoes in het restaurant  binnen te laten. Men had gezegd dat ze vanwege haar leeftijd beperkt de tijd had om haar hersenen te laten wennen aan de verwerking van deze nieuwe informatietoevoer. Ze kreeg de opdracht om de volume op te krikken, maar zat nog ver onder de aanbevolen instellingen. We nemen na het eten afscheid, maar ik blijf in gedachten bij haar, bij haar vinger op het scherm van haar telefoon, hoe ze die naar beneden bewoog en hoe ze daarbij keek. Ik stel me een bedieningspaneel voor en begin aan een lijst met wat ik allemaal zou dempen.

I want them to get to the idea that

someone put the blood in the banana

an idea drinking heat from the skin but held

unable to understand to fit the reasons

I want this to happen.

 

 

Alle verhalen van Radna Fabias
19-11-18

De schrijver trekt zich terug en schrijft een essay over festivals in de lage landen. Het is de bedoeling dat dat essay even hilarisch en schrijnend wordt als ‘A supposedly fun thing I’ll never do again’ van David Foster Wallace.

De schrijver trekt zich terug en schrijft een essay over radicaal naakte schrijvers en het effect van navertelde  trauma’s. Ze bespreekt onder andere identificatie en troost en twijfelt hardop of katharsis tot actie en verandering kan lijden. Het essay eindigt met een lange bespiegeling over het woord ‘ontwapenend’.

De schrijver trekt zich terug en schrijft een moralistisch kort verhaal over het plunderen van backstage koelkasten.

De schrijver trekt zich terug en schrijft een essay over het neoliberalisme, de ‘achterblijvers’ en de vertegenwoordiging van die stemmen in kunstuitingen.

De schrijver trekt zich terug en schrijft een essay waarin klassemigratie en migratie besproken en wellicht zelfs vergeleken worden.

De schrijver trekt zich terug en schrijft een essay over de onvrijheid van mensen met voorbeeldfuncties.

De schrijver trekt zich terug en schrijft een essay over het verband tussen fake news en het wantrouwen van fictie. In dit essay analyseert de schrijver journalistieke uitingen aan de hand van de poëtica van Aristoteles en zijn definitie van de tragedie.

De schrijver trekt zich terug en schrijft een essay waarin er wordt nagedacht over de vraag of Édouard Louis een performance van Eddy Bellegueule is. In dit essay gaat het herhaaldelijk over ‘sociale fictie’. Er bestaat een kans dat Judith Butler geciteerd wordt, maar het essay opent in ieder geval met een citaat van Rupaul: ‘We’re born naked and the rest is drag.’

De schrijver trekt zich terug en schrijft een essay over consumptiebonnen als betaalmiddel. In brede zin.

De schrijver trekt zich terug en schrijft een essay  over de zinloosheid van het schrijven van essays.

De schrijver trekt zich terug en schrijft een gedicht waarin verdriet een sappige krabknoedel is.

De schrijver trekt zich terug en schrijft instructies voor het huiselijk maken van hotelkamers. De schrijver gaat hierbij onder andere in op aromatherapie in het algemeen en de combinatie van mandarijn- en cederhoutolie in het bijzonder.

De schrijver trekt zich terug en schrijft een essay over de sfeer in een trein vol ongelukkige forenzen en uitgebluste feestgangers.

De schrijver trekt zich terug en schrijft een essay over de invloed van tijdsdruk op het gebruik van stijlmiddelen.

De schrijver trekt zich terug en schrijft een essay waarin ze tracht het nut van gedachte-experimenten uit te leggen aan een ongecontacteerde indianenstam in Brazilië.

De schrijver trekt zich terug en schrijft een essay over het onderscheid tussen het lyrisch ik en de schrijver. Ze concludeert dat als  Édouard Louis in literaire zin radicaal naakt is, zij een door onderbetaalde vrouwen in Bangladesh vervaardigde kamerjas draagt. En een Russische bontmuts. En een stuk of 39 maskers. In literaire zin natuurlijk.

 

06-11-18

Aan een ronde tafel in een Chinees restaurant. Op de tafel een roteerbaar glazen plateau vol eten. Aan mijn rechterhand een man die op zijn jas een button draagt waarop de woorden ‘art sex music’ gedrukt staan. Ik draai de mand met krabknoedels naar me toe. Ik denk aan mijn studietijd, aan een feestje in een atelier waar ik voor het eerst Discipline van Throbbing Gristle hoorde en hoe ik toen bedacht dat het perfect zou zijn als iemand dat lied en Stop it van Pylon zou samenvoegen. Die remix zou een potentieel lijflied kunnen worden, dacht ik toen. Nu bestel ik een pot groene thee. Dat lijflied zou me niet meer passen.

De drager van de button vraagt me naar Caribische schrijvers. Ik gok hardop dat hij ze waarschijnlijk niet in het Caribisch gebied zal vinden, maar verspreid over werelddelen. Vooral in Europese en Noord-Amerikaanse steden, vermoed ik. Volg de oud-kolonisator terug naar huis, denk ik, en je zult ze vinden. Ze zullen wellicht moe zijn, dacht ik, hun taal zal misschien gebroken zijn, je zult ze herkennen aan de verbazing (of de vervreemding) in hun ogen en het eiland onder hun arm. Je zult ze wellicht vreemd voorkomen. Ze zullen een foto van je button maken als je je even van tafel gaat. Dat zeg ik allemaal niet. Ik deel alleen mijn gok over hun locatie en daag hem uit de kippenklauwen te bestellen. Hij lacht even, maar bestelt ze niet. Ik uit mijn teleurstelling hierover op ironische wijze, maar mijn teleurstelling is slechts deels ironisch. Ik denk aan de banaan in een gedicht van Jack Underwood wiens voordracht ik straks zal missen omdat ik dan zelf elders voordraag. De titel van het gedicht waar ik aan denk is The Spooks.

‘I want to inject blood into the banana

then put it smartly in a bowl I want

someone to idly choose it peel it then taste

the strange rust a quarter way down

and spit it out see blood in the lemony mulch

(a sort of red spit with the tiny black seeds)’

Er wordt aan tafel gesproken over het hedendaagse flirten met het occulte door jonge mensen in het Westen. Ik heb daar beelden bij. Glimmende bergkristallen die in het maanlicht worden opgeladen. Van bovenaf gefotografeerde sexy gloeiende bundels salie in prijzige, aantrekkelijke schalen. Subliem belicht badwater vol rozenknoppen. Met aandacht op organische materialen (canvas, hout, marmer)  uitgestalde scheppen glimmende brokken roze Himalayazout. Gekalligrafeerde recepten voor het aantrekken van romantische liefde. Sandelhoutpoeder in gouden schaaltjes. Feeërieke, fotogeniek op bedden hangende, zwoel kijkende jonge vrouwen in dure gewaden. (Een bed is in dezen doorgaans een matras op de vloer met daarop luxueus beddengoed, een veelheid aan kussens en ergens aan de muur een droomvanger en/ of wat nostalgisch macramé. Doorgaans is er ook een veelheid aan planten waaronder minstens één Monstera Deliciosa.) Ik deel die beelden niet. Ik las ooit dat de Sandelhoutboom een parasiterende boom is die met zijn wortels in andere bomen groeit. Dat deel ik ook niet. Ik ben de jongste persoon in dit gezelschap en ik voel me oud. Ook dat verzwijg ik. Ik vraag me af of de andere aanwezigen zich ook oud voelen.

‘I want them to check their mouth for a source a cut

and by now the person they are with will be confused

(blood on the lip in the footwell

at the gum-edges) and say are you ok?

I want them to reply there’s blood then without

even meaning to without a logical tracing

of thought look back to the banana and see

blood in the banana, feel the raw shock

of something possibly unthought of’

Ik vraag me af of iemand aan deze tafel nu stilstaat bij de wijze waarop we onze stokjes gebruiken om te eten. Stelt iemand zich hier vragen over? Ik denk aan onthoofde hanen en bloed. Dat deel ik wel. Dat sluit immers mooi aan bij het occulte thema. Ik denk aan een familielid dat sigaren rookte en in de as zocht naar nummers om bij de loterij op in te zetten. Dat deel ik niet.  Een aanwezige schrijver vertelt hoe hij ontdekte dat een voormalige liefdespartner zich met hekserij bezighield.  Links van mij zit een vrouw die tarotkaarten als gereedschap  ziet voor het totstandbrengen van gesprekken. Ze leest nu een boek over tarotkaarten en Jung. Ze heeft het over archetypes, dus ze heeft mijn aandacht. Ze vertelt me dat ze sinds een paar weken een gehoorapparaat heeft waardoor ze voor het eerst met haar rechteroor geluid kan ontvangen. Als ik een paar weken geleden aan haar rechterkant had gezeten had ze me niet kunnen horen, had ze haar linkeroor steeds naar me toe moeten draaien en had ze me waarschijnlijk steeds moeten vragen te herhalen wat ik zei. Was het niet overweldigend om ineens zoveel mee te krijgen? Dat was het. Ze probeert nu met haar telefoon het ding zo in te stellen dat ze de gesprekken aan tafel meekrijgt zonder teveel van het geroezemoes in het restaurant  binnen te laten. Men had gezegd dat ze vanwege haar leeftijd beperkt de tijd had om haar hersenen te laten wennen aan de verwerking van deze nieuwe informatietoevoer. Ze kreeg de opdracht om de volume op te krikken, maar zat nog ver onder de aanbevolen instellingen. We nemen na het eten afscheid, maar ik blijf in gedachten bij haar, bij haar vinger op het scherm van haar telefoon, hoe ze die naar beneden bewoog en hoe ze daarbij keek. Ik stel me een bedieningspaneel voor en begin aan een lijst met wat ik allemaal zou dempen.

I want them to get to the idea that

someone put the blood in the banana

an idea drinking heat from the skin but held

unable to understand to fit the reasons

I want this to happen.

 

 

02-11-18

En soms is het een druk Mexicaans restaurant. Of de monoloog van een vermoeide man waaruit de authenticiteit van het Mexicaanse restaurant in kwestie moet blijken. De salsas worden dagelijks ter plekke gemaakt. Medewerkers van het restaurant zijn naar Mexico geweest om tortillas te leren bakken bij een Mexicaanse vrouw die werkelijk álles van tortillas weet. De vermoeide man wijst naar een gele homp deeg die in de keuken ligt. De gele homp is bewijsmateriaal. De tortillas die zojuist warm op tafel zijn neergezet zijn vandaag nog op de juiste (dat wil zeggen op buitengewoon Mexicaanse) wijze bereid. Wat men verder ook moet weten is dat de tortillas geen vreemde toevoegingen bevatten en bovendien van zeer, zeer oude, zeer Mexicaanse maissoorten zijn gemaakt. Soms is je verdriet een monoloog over authentieke tortillas in een herfstige Europese stad.

Soms is je verdriet het uitzicht op een jongen die naast het tortilladeeg in een krappe koksbuis in de te kleine te hete keuken perfecte cirkelvormige tortillas staat te maken die even later tijdens het converseren achteloos door anderen zullen worden gekauwd en doorgeslikt. Soms is het verdriet de manier waarop de jongen in de keuken zijn polsen tussen het bakken van tortillas roteert. Soms is het verdriet slijtage als gevolg van herhaling. De jongen in de krappe koksbuis heeft dit gisteren ook gedaan. En de dag ervoor ook en de dag ervoor ook en morgen waarschijnlijk weer, maar de dag erna is hij als het een beetje meezit misschien een dagje vrij. Soms is het verdriet een stilte tussen herhalingen.

Soms komt het verdriet van rechts: een peuter in een vol Mexicaans restaurant die hurkend onder de tafel naast je in zijn luier kakt terwijl zijn ouders boven de tafel achteloos guacamole uit een kom lepelen met de tortillas die door de zwetende jongen in de krappe koksbuis zijn gemaakt. Soms is het verdriet de achteloosheid. Soms is het verdriet als het verdringen van de stank die uit de luier van de peuter onder de tafel ontsnapte en precies boven je soep bleef hangen.

Soms is het verdriet de koude, roze cocktail op een lange tafel in een vol Mexicaans restaurant waar nu aan de rechterzijde de geur van peuterkak hangt. De goedbedoelde zoutkristallen op de rand van het glas waarin de cocktail geschonken is zien er mooi uit, maar de inhoud van het glas wordt er niet minder vies van. Soms is het verdriet die goedbedoelde zoutkorrels of de vertrokken gezichten van iedereen die de cocktail proeft en afwijst.

Dan is het verdriet de vochtige straatstenen in een stad waar je de weg kent. Of de in de motregen glinsterende bibliotheek waar je eens thuis was, waar je ooit uit het raam keek en je afvroeg of je het moment zou meemaken waarop de stad af zou zijn. (Nu weet je dat steden nooit af zijn. Soms komt het verdriet net als de wijsheid met de jaren.)

Dan is het verdriet een junk die je een decennium geleden voor het eerst luchtgitaar zag spelen in een winkelstraat, nu vermoeid en versleten in de motregen.

Soms is het verdriet een woord dat zich aan je opdringt als je je ogen sluit, een woord dat letter voor letter je geest in glijdt. Druppend. Vloeibaar. Als je je ogen opent is het woord er nog steeds. Het woord is van verwarmde suiker. Het woord is stroperig en verhardt terwijl je kijkt. Soms is het verdriet verharde karamel of hoe je met hitte en suiker een zoete, harde wapen kunt maken.

Soms is het verdriet een gebouw dat opgetrokken is op de plek waar eerder een ander gebouw stond en waar iemand twintig jaar woonde zonder een keer een traan te laten.

Je kunt het verdriet ook een naam geven die met een H begint.

Hypotheek.

Heimwee.

Hotel.

Hijskraan.

 

 

[1] Uit: Happiness van Jack Underwood

Is Édouard Louis een spiegel?
23-10-18

Waarom maakt Édouard Louis geen onderscheid tussen het lyrisch ik en de schrijver?

Kan er gesteld worden dat Édouard Louis in literaire zin radicaal naakt is?

Wat zegt de populariteit van Édouard Louis over het neoliberalisme?

Wat kost de radicaal naakte poëtica van Édouard Louis?  

Wantrouwt Édouard Louis fictie? (En zo wel: waarom?)

Kan er gesteld worden dat er toch ergens sprake is van fictie als Édouard Louis de verteller is van het verhaal van Eddy Bellegueule?

Is Édouard Louis een performance van Eddy Bellegueule?

Wat heeft het beklimmen van de maatschappelijke ladder Édouard Louis gebracht?

Wat heeft het beklimmen van de maatschappelijke ladder Édouard Louis gekost?

Maakt de wijze waarop Édouard Louis autobiografie hanteert hem minder kwetsbaar of juist kwetsbaarder?

Maakt Édouard Louis onderscheid tussen kunstwerk en individu?

Is literatuur voor Édouard Louis een kunstvorm?

Is Édouard Louis een spreekbuis?

Hoe staat Édouard Louis politiek gezien tegenover Macron?

Zou Édouard Louis op het neoliberalisme spugen als het neoliberalisme een persoon was?

(Hoe zou het neoliberalisme eruitzien als het een persoon was?)

Hoe duur is de aanklacht van Édouard Louis?

Édouard Louis wil dat literatuur stevig geworteld is in het heden en de werkelijkheid van nu. Welke tijdgenoten delen zijn standpunt?

Hoe goed slaapt Édouard Louis?

Wat vertelt Édouard Louis ons over het gebrek aan en het accumuleren van verschillende vormen van kapitaal?

Vindt Édouard Louis het van decadentie getuigen om in deze tijd fictie te produceren?

Waar haalt Édouard Louis zijn sartoriale inspiratie?

Wat vertelt Édouard Louis met zijn sartoriale keuzes?

Hoe positioneert Édouard Louis zich nu ten opzichte van de bourgeoisie?

Wat zijn de verschillen tussen de taal die Édouard Louis in zijn werk gebruikt en de taal die hij gebruikt als hij over zijn werk praat?

Wordt Édouard Louis gelezen door de mensen die hij beschrijft?

Stel dat we een overzicht van de demografische gegevens van zijn lezers zouden kunnen produceren. Wat zou dit overzicht ons vertellen?

Is Pierre Bourdieu een reddingsboei voor Édouard Louis?

Hoe had Édouard Louis zijn verhaal opgetekend als hij nooit aan het werk van Pierre Bourdieu was blootgesteld?

Wat vertelt Édouard Louis ons over de overdracht van leed?

Is het mogelijk om hoop te putten uit het werk van Édouard Louis?

Is Édouard Louis een schrijver, een politicus, een activist, dit alles of iets anders?

Wat vertellen Pierre Bourdieu en Édouard Louis ons over uitzonderingen die de regel bevestigen?

Wat vertelt de populariteit van Pierre Bourdieu onder academici met een migratieachtergrond ons?

Wat zegt de populariteit van Pierre Bourdieu over de kritiek op het werk van Pierre Bourdieu als zijnde deterministisch?

Welke overeenkomsten kan ik aanwijzen tussen mij en Édouard Louis?

Welke verschillen kan ik aanwijzen tussen mij en Édouard Louis?

Is Édouard Louis een eiland?

Is Édouard Louis een spiegel?

Wat kunnen we, met Édouard Louis als spiegel, in Nederlandse context zeggen over de reproductie van leed?

Is Édouard Louis een inclusief projectiescherm?

Is Édouard Louis een zelfportret van Eddy Bellegueule als Pierre Bourdieu?

Heeft Édouard Louis zijn vader vergeven?

Heeft Eddy Belleguelle zijn vader vergeven?

Laat Édouard Louis op dit exacte moment een traan om Venice Bitch van Lana del Rey?

 

En nu?

 

En nu?