Roelof ten Napel
Werken
20-10-2017

Een aantal jaar geleden kwam er een Amerikaanse schrijver naar Den Haag, naar Crossing Border, omdat een van zijn boeken net in het Nederlands verschenen was. Door volstrekt toeval wist iemand die hem hier opving dat ik zijn werk erg goed vond, en werd me gevraagd of ik hem wilde interviewen. Of wat ik toen heb opgenomen echt een interview is geworden, weet ik niet – de uiteindelijke geschreven versie was veel te lang, we waren simpelweg aan het praten geraakt.

De reden dat ik hem wel wilde interviewen, had ook niet zo veel met zijn boeken te maken – we hebben het amper over de nieuwe vertaling gehad. Het was me uit eerdere interviews duidelijk geworden dat de manier waarop hij sprak en dacht over schrijven me nabij stond. Daarover wilde ik praten.

Ergens aan het begin van het gesprek zei hij dit:

‘Well, the main thing with writing is to develop in yourself an experience that is worthy of depiction. If you live in a city, you can maybe go back and forth between the same three locations again and again and again, and if you mapped all your movements, it would turn out that you’d describe the same route every day, again and again. And that’s not very interesting. If instead of that you are constantly going on outings to walk all around and discover the actual city that surrounds you, you put yourself in the way of fortune, and it is possible to experience new and surprising things.’

En eigenlijk gaat het me alleen al om de eerste zin: ‘the main thing with writing is to develop in yourself an experience that is worthy of depiction.’ Dat zegt in feite ook dat schrijven niet iets is wat je doet, ik bedoel, waarbij je achter een tafel gaat zitten, pen en papier pakt, gebeurtenissen begint te verzinnen.

(Natuurlijk, ook dat schrijven zelf komt erbij kijken, ook het zitten, ook het pennen. Maar daar begint het niet.)

Het is een bezigheid die je niet van je eigen leven kan scheiden. To develop in yourself an experience. Betekent dat niet simpelweg: te leven? Maar leven als een soort werk. Leven als een vorm van arbeid.

Ik ben van mijn schrijven een steeds afwachtendere bezigheid gaan maken. Nadat mijn roman klaar was, ben ik aan de hand van mijn dagboek gaan reconstrueren hoe het gegaan was, het schrijfproces, en kwam ik erachter dat ik in feite maar 14 dagen daadwerkelijk geschreven heb, waarvan 8 echt succesvol – steeds met tussenpozen van ongeveer een maand. Wat ik in die tussenpozen deed, is moeilijk te omschrijven. Ik wachtte tot ik het gevoel had weer in staat te zijn om te zeggen wat ik moest zeggen. Als ik wakker werd met het idee dat dat, die dag, lukken zou, plande ik die dag leeg, en deed ik het – schreef ik.

Een vorm van zelfuitputting, misschien.

Zo’n maand voordat het boek verschijnen zou, struikelde ik over een essay van Marguerite Duras, L’écrit. Ik was vlug aan het bladeren maar zag de titel van mijn eigen boek in een zin staan, waardoor ik even bleef steken. (Zodra je je titel hebt, zie je hem overal opdoemen.) Duras schrijft over leven, over schrijven, dit:

‘Het schrijven steekt op als de wind, het is naakt, het is van inkt, het is het schrijven, en het gaat voorbij zoals niets anders voorbijgaat in het leven, niets meer, alleen het leven zelf.’

Alle verhalen van Roelof ten Napel
Werken
20-10-17

Een aantal jaar geleden kwam er een Amerikaanse schrijver naar Den Haag, naar Crossing Border, omdat een van zijn boeken net in het Nederlands verschenen was. Door volstrekt toeval wist iemand die hem hier opving dat ik zijn werk erg goed vond, en werd me gevraagd of ik hem wilde interviewen. Of wat ik toen heb opgenomen echt een interview is geworden, weet ik niet – de uiteindelijke geschreven versie was veel te lang, we waren simpelweg aan het praten geraakt.

De reden dat ik hem wel wilde interviewen, had ook niet zo veel met zijn boeken te maken – we hebben het amper over de nieuwe vertaling gehad. Het was me uit eerdere interviews duidelijk geworden dat de manier waarop hij sprak en dacht over schrijven me nabij stond. Daarover wilde ik praten.

Ergens aan het begin van het gesprek zei hij dit:

‘Well, the main thing with writing is to develop in yourself an experience that is worthy of depiction. If you live in a city, you can maybe go back and forth between the same three locations again and again and again, and if you mapped all your movements, it would turn out that you’d describe the same route every day, again and again. And that’s not very interesting. If instead of that you are constantly going on outings to walk all around and discover the actual city that surrounds you, you put yourself in the way of fortune, and it is possible to experience new and surprising things.’

En eigenlijk gaat het me alleen al om de eerste zin: ‘the main thing with writing is to develop in yourself an experience that is worthy of depiction.’ Dat zegt in feite ook dat schrijven niet iets is wat je doet, ik bedoel, waarbij je achter een tafel gaat zitten, pen en papier pakt, gebeurtenissen begint te verzinnen.

(Natuurlijk, ook dat schrijven zelf komt erbij kijken, ook het zitten, ook het pennen. Maar daar begint het niet.)

Het is een bezigheid die je niet van je eigen leven kan scheiden. To develop in yourself an experience. Betekent dat niet simpelweg: te leven? Maar leven als een soort werk. Leven als een vorm van arbeid.

Ik ben van mijn schrijven een steeds afwachtendere bezigheid gaan maken. Nadat mijn roman klaar was, ben ik aan de hand van mijn dagboek gaan reconstrueren hoe het gegaan was, het schrijfproces, en kwam ik erachter dat ik in feite maar 14 dagen daadwerkelijk geschreven heb, waarvan 8 echt succesvol – steeds met tussenpozen van ongeveer een maand. Wat ik in die tussenpozen deed, is moeilijk te omschrijven. Ik wachtte tot ik het gevoel had weer in staat te zijn om te zeggen wat ik moest zeggen. Als ik wakker werd met het idee dat dat, die dag, lukken zou, plande ik die dag leeg, en deed ik het – schreef ik.

Een vorm van zelfuitputting, misschien.

Zo’n maand voordat het boek verschijnen zou, struikelde ik over een essay van Marguerite Duras, L’écrit. Ik was vlug aan het bladeren maar zag de titel van mijn eigen boek in een zin staan, waardoor ik even bleef steken. (Zodra je je titel hebt, zie je hem overal opdoemen.) Duras schrijft over leven, over schrijven, dit:

‘Het schrijven steekt op als de wind, het is naakt, het is van inkt, het is het schrijven, en het gaat voorbij zoals niets anders voorbijgaat in het leven, niets meer, alleen het leven zelf.’